Belangrijke wijzigingen voor de Franse payroll in 2025
1.Berekening van het Voordeel Alle Aard wagen vanaf februari 2025
Voor wagens die ter beschikking werden gesteld tot en met 31/01/2025 werd er een wijziging doorgevoerd met betrekking tot de berekening voordeel alle aard.
- Voor aangekochte wagens bedraagt het forfaitaire Voordeel Alle Aard (VAA) 15% van de aankoopprijs (of 10% indien de wagen ouder is dan 5 jaar).
- Voor leasewagens bedraagt het VAA 50% van de totale kosten (huur, onderhoud en verzekering van de wagen).
- Indien de werkgever de brandstofkosten ten laste neemt, dan wordt het VAA verhoogd naar 20% (of 15% voor wagens ouder dan 5 jaar) voor aangekochte wagens en 67% voor leasewagens (huur, onderhoud, verzekering en brandstofkosten inbegrepen).
- Voor wagens die ter beschikking werden gesteld van de werknemer tot en met 31/01/2025, wijzigt de berekening niet en bedraagt het VAA nog steeds 9% van de aankoopprijs voor aangekochte wagens (of 6% voor wagens ouder dan 5 jaar), voor lease wagens is dit 30%.
- Indien de werkgever de brandstofkosten ten laste neemt, dan blijft het forfait van 12% op aangekochte wagens (of 9% voor wagens ouder dan 5 jaar) en 40% op lease wagens van toepassing indien de wagen tot en met 31/01/2025 ter beschikking werd gesteld.
Sinds 1 januari 2020 golden er voor elektrische wagens tijdelijke maatregelen. Zo was er geen rekening te houden met de laadkosten ten laste van de werkgever en werd er een korting van 50% toegekend op de berekening van het VAA met een maximum van € 2.000,30 (2025) op jaarbasis.
Vanaf 1 februari 2025 tot 31 december 2027 is er nog steeds geen rekening te houden met de laadkosten en is er een korting voorzien van 70% met een maximum van € 4.582 op jaarbasis. Een bijkomende voorwaarde hierbij is dat de elektrische wagen een milieuscore heeft van minstens 60 punten. Voor wagens waarvan de milieuscore lager ligt, geldt deze korting niet.
Ook de tijdelijke maatregelen betreffende de laadpalen werden verlengd tot 31 december 2027. Het gebruik hiervan, op de werkplek of bij de medewerker thuis, doet geen Voordeel Alle Aard ontstaan.
2. Berekening van de dagvergoedingen tijdens ziekteverlof
Werknemers die een voldoende aantal uren gewerkt hebben of voldoende bijdragen betaald hebben, hebben in geval van ziekte recht op een dagvergoeding van de sociale zekerheid (IJSS). Deze dagvergoeding bedraagt 50% van het normale dagloon. Het dagloon wordt berekend op basis van de 3 laatste maandlonen die de werknemer heeft ontvangen voorafgaandelijk aan de werkonderbreking.
Momenteel is de grens voor het inkomen dat in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de IJSS vastgelegd op 1,8 keer het maandelijks minimumloon (SMIC), actueel 1.801,80 euro per maand. Het salaris dat in aanmerking genomen wordt voor de berekening van de dagvergoedingen kan bijgevolg maximaal 3.243,24 euro bedragen.
Wat verandert er?
Vanaf 1 april 2025 wordt dit plafond verlaagd naar 1,4 keer het maandelijks minimumloon (SMIC), oftewel 2.522,52 euro. Dit betekent dat de basis voor de berekening van de IJSS eveneens daalt, waardoor het maximaal uit te keren bedrag voor de IJSS zakt van 53,31 euro naar 41,47 euro per dag.
Wat betekent dit voor werknemers en werkgevers?
- Werknemers die geen aanvullend loonbehoud ontvangen van de werkgever, zullen een lagere uitkering ontvangen in geval van ziekte.
- Werkgevers die in functie van de CAO het salaris van hun werknemers gedeeltelijk of volledig moeten aanvullen in geval van ziekte, zullen hierdoor geconfronteerd worden met hogere werkgeverskosten.
- Mogelijks volgt er een verhoging van de premies voor de verzekering arbeidsongeschiktheid (prévoyance).
3. Vermindering van de patronale sociale zekerheidsbijdragen
De regeling inzake korting over de patronale sociale zekerheidsbijdragen werd ingevoerd in de jaren negentig en ondertussen meerdere malen hervormd. Op heden bestaat de korting uit volgende 3 onderdelen:
1. De algemene vermindering van de werkgeversbijdragen, van toepassing op de salarissen die het bedrag van 1,6 keer het SMIC niet overschrijden
2. Het verlaagd tarief voor de werkgeversbijdrage ‘allocations familiales’, voor de werknemers met een brutosalaris tot 3,5 keer het SMIC op datum van 31/12/2023
3. Het verlaagd tarief voor de werkgeversbijdrage ‘assurance maladie’ voor de werknemers met een brutosalaris tot 2,5 keer het SMIC op datum van 31/12/2023
De vermindering van de werkgeversbijdragen is hierdoor vooral aanzienlijk voor werknemers die aan het minimumloon (SMIC) worden vergoed: voor deze werknemers zijn er vrijwel geen werkgeversbijdragen verschuldigd. Vervolgens neemt de vermindering snel af tot 1,6 keer het minimumsalaris, om uiteindelijk over te gaan in gedeeltelijke en evenredige verlagingen op salarissen tot 3,5 keer het minimumloon.
Impact
Een ongewenst neveneffect van dit systeem is onder andere dat werkgevers worden afgestraft op het moment dat ze het salaris van hun medewerkers willen verhogen. Een hoger brutosalaris leidt namelijk tot minder korting op de werkgeversbijdragen. Verder steeg de overheidskost de laatste jaren fel door de veelvuldige stijgingen van het minimumsalaris (SMIC).
Hervorming
De actuele hervorming is bedoeld om de bestaande systemen samen te voegen tot één uniform systeem en ervoor te zorgen dat de korting op de werkgeversbijdragen geleidelijk, en dus niet trapsgewijs, afneemt. Concreet zal de korting voor de laagste lonen iets minder hoog starten, en verder volledig degressief verlopen tot de lonen gelijk aan 3,5 keer het SMIC. Er werd helaas tevens voorzien dat de PPV (Prime de Partage de la Valeur, winstdelingsregeling) opgenomen wordt in de basis voor de berekening van de vermindering van de werkgeversbijdragen. Dit heeft tot gevolg dat er dus minder korting zal worden verkregen indien een PPV wordt toegekend. De premie zelf blijft wel volledig vrijgesteld van werkgeversbijdragen.
De hervorming zal in twee fasen worden doorgevoerd: de eerste fase zal in 2025 plaatsvinden, de volgende fase in 2026.
Hebt u vragen hieromtrent, stuur ons een email naar info@rfn.fr. Wij helpen u graag verder.